Gisteren zijn we begonnen met een grote herfstschoonmaak. Of misschien is het beter om nazomerschoonmaak te zeggen. Het is namelijk de bedoeling dat het voordat de herfst echt doorbreekt, in en om huis (en vergeet ook de twee grote schuren niet) weer helemaal schoon en opgeruimd is.
Deze keer gaan we hierbij extra kritisch en voortvarend te werk. We hebben ons voorgenomen om niet alleen goed schoon te maken, maar ook om definitief afscheid te nemen van alle spullen die alleen maar als kastvulling of stofvanger fungeren. Alle dingen zonder grote emotionele waarde die we de afgelopen twee jaren niet hebben gebruikt, en waarvoor we ook in de nabije toekomst geen gebruikswaarde meer zien, moeten eraan geloven. En tijdens het doorlopen van alle kasten en bergruimte die we hebben, komen we heel wat zaken tegen die aan eerdergenoemd criterium voldoen en daarom een enkele reis naar de vuilstort tegemoet kunnen zien.
Ook ruimen we alle rommel op die na allerlei zomerklusjes in de schuren is blijven liggen. Al het afval gaat in zakken (en vervolgens richting de vuilstort) en alle andere zaken worden opgeborgen op de plek waar ze horen. Nog even en Lilla Laggåsen is weer helemaal spik en span. En weet je wat het mooie is? Het lijkt wel of een opgeruimde leefomgeving een extra rust uitstraalt die je zelf overneemt.
Emigratienostalgie. Ons oude Nederlandse kenteken en het officiële uitvoerkenteken waarmee we in mei 2005 voorgoed naar Zweden reden. De platen kwamen in de schuur onder het stof vandaan en verdwijnen binnenkort in de metaalcontainer op de vuilstort.
Na twee nachten met vorst bleef het afgelopen nacht met een temperatuur van bijna tien graden royaal boven het vriespunt. Denk nu echter niet meteen bij het lezen van 'nachtvorst' dat het overdag ook koud is. Niets is namelijk minder waar. Het koelt gedurende de nacht alleen zo sterk af als het onbewolkt is. En als het onbewolkt is, dan krijgt de zon overdag volop gelegenheid om de boel weer op te warmen. Zo hebben we nu al drie hele mooie dagen achter de rug. Dagen dat het buiten goed toeven was. We zijn dus lekker aan het nazomeren.
En dan nu het laatste stukje met betrekking tot ons recente uitstapje naar het noorden. Het past het best in de categorie curieus.
Als we in de buurt van Idre naar Nipflället onderweg zijn, komen we langs Trollvägen (de betoverde weg). Daar is iets vreemds aan de hand. De weg lijkt omhoog te lopen. We zetten de auto in z'n vrij en laten de rem los. Tot onze verbazing begint de auto langzaam naar voren (omhoog) te rollen in plaats van naar achteren (omlaag) om tenslotte nog een aardige snelheid te krijgen ook. Is er sprake van bovenaardse krachten of is het slechts optisch bedrog? Ik hoop dat deze aparte ervaring in het filmpje goed overkomt.
De vijfde en laatste dag van onze korte vakantie was misschien wel de mooiste. Terwijl we langs de zogenaamde toeristische route weer langzaam zuidwaarts reden, maakten we een aantal lange stops om van al het moois dat ons werd voorgeschoteld te genieten.
Zo maakten we 's ochtends een stevige wandeling door de uitgestrekte bossen tussen Sveg en Lillhärdal. We kwamen niemand tegen en waren omringd door een dikke deken van stilte welke slechts af en toe door vogelgeluiden werd doorbroken. De vele fraaie paddenstoelen op de grond droegen bij aan een mooi herfstdecor. Plotseling vonden we ook iets anders op de grond. Een grote drol van een beer. En even later stonden we op een modderige weg naast zijn (of haar) sporen. Waren we dus toch niet helemaal alleen.
's Middags zetten we wederom de benenwagen in beweging. Ditmaal op Nipfjället ten noorden van Idre. Daar maakten we een mooie tocht door het kale berggebied boven de boomgrens. Het was opvallend om te zien hoe Jeanny van deze voor haar onbekende omgeving genoot. Misschien hingen er veel voor haar onbekende luchtjes en anders was ze net als ons onder de indruk van de fraaie vergezichten.
Ter afsluiting van de dag zetten we onze autorit huiswaarts voort. Eerst door het berggebied op de grens van Zweden en Noorwegen. Later door de ons zo bekende bossen in Dalarna en Värmland. En zo kwamen we uiteindelijk weer veilig thuis.
Kijk hier voor alle foto's die we de afgelopen dagen maakten.
De derde dag van onze trip naar Härjedalen bezochten we Sånfjället. Gesticht in 1909 is dit Zwedens eerste nationalpark. Sånfjället is een bergpartij welke ten zuiden van Hede tot een hoogte van 1278 meter boven de bossen uitrijst. Het gebied rond de berg wordt gezien als de bakermat van Scandinavië's berenpopulatie. Aan het eind van de herfst klimt een groot aantal van deze dieren de hellingen van de bergpartij op om zich tegoed te doen aan de daar groeiende bessen.
We maakten een lange wandeling welke ons door schraal bergbos steeds hoger voerde. Onderweg namen we een lange pauze en genoten we van het meegebrachte eten en drinken. Ook voor Jeanny hadden we iets lekkers meegenomen. Eenmaal bij de boomgrens aangekomen hielden we het voor gezien, want anders zou de tocht voor Jeanny te zwaar worden. We waren eigenlijk al verbaasd dat zij zich ondanks de artrose in haar voorpoot zo goed klaarde. Na een rustige afdaling namen we bij de auto aangekomen nogmaals een lange pauze om de inwendige mens te versterken. Daarna zetten we koers richting Östersund om tenslotte zo'n 25 kilometer ten zuiden van deze stad in Persåsen te overnachten.
Dag vier begonnen we met een bezoek aan Östersund, het meest noordelijke punt dat we tijdens deze kleine vakantie zouden bereiken. Onderweg naar deze stad maakten we nog een stop aan de oever van Storsjön om te kijken of we Storsjöodjuret (Zwedens eigen monster van Loch Ness, zie de link op de linkpagina van onze website) konden spotten. Helaas liet het monster verstek gaan.
De stad zelf was een tegenvaller. Gewoon de gebruikelijke drukte en rommel welke veel mensen op een kluitje met zich meebrengen. Na dit 'hoogtepunt' zetten we weer koers naar het zuiden. 's Middags maakten we wederom een lange wandeling op de flanken van Sånfjället zodat we dag toch nog mooi afsloten. Daarna was het lekker eten en rustig slapen op hetzelfde adres waar we eergisteren ook overnachtten.
Zoals ik gisteren al schreef zijn we er de afgelopen dagen toeristisch op uit getrokken om een voor ons nieuw deel van Zweden te ontdekken. De reis ging via Dalarna naar Härjedalen en Jämtland. En weer terug natuurlijk.
De eerste dag reden we naar het noorden van Dalarna om tenslotte even boven Särna te overnachten. Uiteraard stopten we onderweg regelmatig om van het fraaie uitzicht te genieten én lekker met Jeanny te wandelen. Zodoende kwam ook zij aan haar trekken, want een hele dag alleen maar in de auto zitten is voor een hond ook maar niks. 's Middags maakten we een lange stop bij Fulufjällets nationalpark, waar we een mooie wandeling naar Njupenskärs vattenfall maakten. Deze waterval is Zwedens hoogste, de geleerden zijn er alleen niet over uit of het water hier nu 97 of 93 meter naar beneden valt. In de documentatie en officiële boekjes worden beide hoogtes genoemd. Wie het weet, mag het zeggen. De tocht ging door moerasgebied, oerbos en bergbos en was zeer de moeite waard.
Dag twee zaten we noodgedwongen, het regende veel, wat meer in de auto. We reden verder naar het noorden om uiteindelijk in Hede, Härjedalen, te eindigen. Onderweg kwamen we onder andere door Högvålen (Zwedens hoogst gelegen dorp), door uitgestrekt rendiergebied en maakten we een stop bij een krater waar zo'n tweeduizend jaar geleden een flinke meteoriet is ingeslagen.
Alhoewel de buitenthermometer vanochtend om kwart voor zeven een temperatuur van drie graden aangaf, zaten er hier en daar witte plekken in het gras. Voor de zekerheid heb ik even gecontroleerd of het geen gezichtsbedrog was, maar daarvan was geen sprake. Het waren stevig bevroren plekken vol met fraaie ijskristallen. September is begonnen en de eerste nachtvorst is officieel een feit.
Het is nu mooi helder. De lucht is strakblauw en de zon komt langzaam boven de bomen uit. En dat komt goed uit, want we kunnen wel wat warmte gebruiken. Binnen hebben we twee vuurtjes aan de gang. In het fornuis in de keuken en in de potkachel op de bovenverdieping.
Toen we gisteravond laat na enkele dagen een bescheiden vakantie te hebben gehouden weer thuiskwamen, was het even bibberen geblazen. Door onze afwezigheid en de steeds koudere nachten was de temperatuur in huis tot een magere veertien graden gezakt. Geen vrieskou natuurlijk, maar als je een tijdje stil gaat zitten toch behoorlijk onbehaaglijk. We konden gelukkig meteen onder de wol en daar was het toch weer snel lekker warm.
Vanochtend moest er echter wel actie worden ondernomen en beleefden we zodoende de première van het nieuwe stookseizoen. Nog voor het ontbijt knetterde er een lekker vuurtje in het houtfornuis zodat we even later in een opgewarmde keuken van ons knäckebröd konden genieten.
Ondanks het feit dat de zon de boel overdag even lekker heeft opgewarmd, zal er ook vanavond weer gestookt moeten worden. De zon was namelijk nog niet achter de bomen verdwenen, of de temperatuur kwam weer in een vrije val. We kunnen niets anders concluderen dan dat de zomer nu echt voorbij is.
Op 19 september gaat Zweden naar de stembus. Er wordt dan gestemd voor de riksdag (parlement), kommunfullmäktige (gemeenteraad) en landstingsfullmäktige (een soort provinciaal bestuur dat met name verantwoordelijk is voor de gezondheidszorg in de betreffende provincie).
Als in Zweden woonachtige EU-burgers hebben wij stemrecht voor kommunfullmäktige en landstingsfullmäktige. Het mooie van het Zweedse systeem is dat we niet eens tot 19 september hoeven te wachten, want vanaf 1 september kunnen we zogenaamd voortijdig stemmen. Dit is een mogelijkheid welke is gecreëerd om mensen die op de verkiezingsdag zelf niet in hun eigen stemlokaal kunnen stemmen, toch in de gelegenheid te stellen om hun stem uit te brengen.
Meer informatie over de verkiezingen 2010 en het Zweedse kiesstelsel vind je hier.
De hommels doen hun uiterste best om nog zo veel mogelijk nektar uit de herfstbloemen te verzamelen. Maar alhoewel deze nu volop bloeien, lijkt het er op dat de daardoor aanwezige voedselovervloed toch niet genoeg is om het leven van deze insecten nog erg lang te rekken.
Het koelt nu gedurende de avond en nacht namelijk behoorlijk af (tot een temperatuur van tussen de vijf en tien graden) en dat is voor de hommels gewoonweg te koud. Terwijl ze nog in grote aantallen op de bloemen aan het fourageren zijn, worden ze met het invallen van de duisternis door de kou overvallen. Je ziet het bewegingstempo teruglopen, waarna de beestjes letterlijk op de bloemen verstijven. Daarna brengen ze de nacht onbeschut in de kou door en ’s ochtends vroeg zitten ze nog op dezelfde plek als de avond daarvoor.
Wanneer de temperatuur met het opkomen van de zon een beetje stijgt, zie je een deel van de hommels weer langzaam in beweging komen om vervolgens door te gaan met het verzamelen van voedsel. Een ander deel van de insecten is echter morsdood en valt door het in beweging komen van de overlevers op de grond. Elke dag neemt het aantal hommels in de bloemen af en neemt de bezetting van het kerkhof onder de bloemen toe. Het zal niet lang meer duren voordat de laatste hommel is verdwenen.
In Hagfors sloopt men rustig door. Nadat er de afgelopen jaren al heel wat flatgebouwen zijn verdwenen, is men onlangs gestart met het afbreken van een groot appartementencomplex in één van de tegen het centrum aangelegen buitenwijken.
Later deze herfst zullen er ook nog twee gebouwen in Råda worden gesloopt, waardoor er dit jaar in totaal vijftig appartementen verdwijnen. Sinds 1995 zijn er in Hagfors door het slopen van leegstaande gebouwen bij elkaar opgeteld 417 appartementen verdwenen en het is de verwachting dat er ook in de toekomst nog aardig wat woonruimte aan de sloopbal ten prooi zal vallen.